skip to Main Content

Column Gerard Plaggenmarsch > Op de achterbank

Natuurlijk willen we dat allemaal.
Ongeacht hoe we in het leven staan.
Het liefst met de mensen om je heen.
Want die bepalen voor een groot deel je dag.
Van betekenis zijn.
Meetellen in de samenleving.
Dat verlangen zit diep geworteld.
En dat is maar goed ook, want het is een mooi verlangen.
Maar het kan ook doorslaan.
De gedachte dat je pas van betekenis bent als je iets nuttigs doet.
Althans zo werkt het in mijn bovenkamer.
Maar het tegendeel kregen we vandaag zwart op wit.
En wel door een ontroerende brief, geschreven door een jongen van vijftien.
Dagelijks zit hij naast Wilmer in de taxi.
Een ideale plek om het leven even aan je voorbij te laten gaan.
Maar ook om tijd te nemen voor elkaar.
De achterbank werd een broedplaats van liefde en genegenheid.
En niemand had het door.
Onze ogen gingen pas open bij het lezen van zijn handgeschreven brief.
‘Mag ik af en toe eens op bezoek komen bij Wilmer, want ik voel mij altijd blij bij hem.’
‘Hij helpt mij te denken aan positieve dingen.’
‘Hij oordeelt niet en vindt mij niet raar.’
‘Hij is een geweldig maatje.’
Zomaar een paar zinnen die aangeven wat iemands leven voor de ander kan betekenen.
Voor ons een bemoediging om te blijven geloven dat elk leven zin heeft.
Niemand is hier zomaar, ook Wilmer niet.
We zijn van betekenis, los van onze inbreng of goede bedoelingen.
Niet alleen een prachtige les, maar ook een boodschap die de kramp uit het leven haalt.
En dat via een tiener.
Hoe betekenisvol kan het leven zijn.
Op de achterbank.

>>>>>>>>>>>

 Mijn naam is Gerard Plaggenmarsch, 53 jaar oud. Ik ben getrouwd met Marleen en vader van Wilmer (9 jaar) en Ruben (7 jaar)  We wonen vanaf 2008 met veel plezier in Duiven en beiden werken we bij Elver, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Mijn beslissing, lang geleden, om vrijwilligerswerk te doen in kinderhuis Jemima in Beit-Jala, is bepalend voor mijn leven geweest. Beit Jala is een dorpje in Israël op de westelijke Jordaanoever tussen Jeruzalem en Bethlehem. Daar ging ik voor een jaar, hooguit twee, naar toe om zorg te dragen voor gehandicapte kinderen, maar uiteindelijk werden het er tien bijzondere jaren waarin ik Marleen heb leren kennen.  Terug in Nederland kregen we op latere leeftijd twee jongens waarvan Wilmer, de oudste, verstandelijk gehandicapt is. Hij gaat naar een school voor speciaal onderwijs in Doetinchem. Ruben gaat naar de basisschool “Het Veer” in Duiven waar hij  het erg naar zijn zin heeft. Meer dan Ruben is Wilmer een zorg en soms een last, maar tegelijkertijd ook een bron van vreugde. We genieten van allebei de jongens en mede door hen was er voldoende inspiratie om het boekje “jongleren een kunst apart” te schrijven. Ik ben ontzettend blij met het boekje dat uit 75 persoonlijke maar voor velen herkenbare verhalen bestaat. Want niets is mooier om te ontdekken dat je, door je kinderen, ook jezelf ontwikkelt. En een gehandicapt kind geeft nog weer een extra dimensie aan het leven. Je kinderen geven je als het ware levenslessen.

Back To Top