VeineMAGAZINE 37

Dat de toepassing vaak door elkaar loopt blijkt wel als Anneke vertelt over het KDC waar zij diverse kinderen aromatherapie geeft. In de hal hebben we een spons met sinaasappelolie. Dat is een lieve en vriendelijke geur die sfeer aanbrengt. In andere ruimtes worden ook verschillende geuren toegepast zodat kinderen gaan herkennen waar ze zijn of welke activiteit ze gaan doen. “In de wintermaanden zet ik regelmatig een bakje met boomoliën neer. Dit verdrijft bacteriën die in een ruimte kunnen zijn in periodes dat veel mensen verkouden zijn”. WELKE GEUREN ZIJN ER? Er zijn tientallen verschillende oliën te krijgen. Grofweg zijn de belangrijkste of beter gezegd de meest gebruikte oliën als volgt in te delen: • citrusoliën: citroen, mandarijn en sinaasappel; • bomenoliën: den, eucalyptus en laurier; • kruidenoliën: lavendel, venkel en marjolein; • bloemoliën: lavendel, roos, jasmijn en oranjebloesem; • harsen (vanuit de schors van bomen): wierook. Waarbij Anneke ons wel wijst op het feit dat je goede olie moet kopen als je ermee aan de slag wilt. Merken als Badedas en Hoyg verkopen chemische oliën waardoor de stoffen veel minder of zelfs niet werken. Als je de geuren echt wil inzetten om bijvoorbeeld te kalmeren of te stimuleren, koop dan merken zoals Chi, Volatile of De Levensboom. GEUREN EN KWALEN, HOE VERBINDEN WE DIE AAN ELKAAR In het algemeen is de werking van bepaalde stoffen bekend. Maar bij de ene persoon werkt lavendel heel kalmerend, de ander heeft rozenolie nodig. Anneke start altijd met de goedkopere oliën. Een klein flesje rozenolie kost al gauw zo’n 80 euro, terwijl je voor lavendel maar 15 euro betaalt. Wel logisch als je weet hoeveel rozenblaadjes nodig zijn om er een klein flesje olie mee te vullen. “Belangrijk is dat je op zoek gaat naar de geur die werkt voor het kind waarmee je bezig bent. En nog veel belangrijker is dat je goed weet welke risico’s er zijn. 26 VEINE DOSSIER

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky