VeineMAGAZINE 12
WAAROM DRIJFT DE ÉÉN WEL EN DE ANDER NIET? Soms zie je weleens iemand naast je drijven. Iemand die niet beweegt, maar ook niet koppie onder gaat. Gek, want als ik dat doe dan lig ik binnen de kortste keren op de bodem. Waar zit dat verschil dan toch in, vraag je je af. Simpel…“Of je blijft drijven of niet heeft te maken met je soortelijk gewicht”, legt Maarten Bobbert uit. Bobbert is bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een blokje metaal zinkt in het water, maar een even groot blokje hout blijft drijven. Dat komt omdat een bepaalde hoeveelheid metaal, bijvoorbeeld een liter, meer weegt dan diezelfde hoeveelheid water. Maar daartegenover: een liter hout, hoe raar dat ook klinkt, weegt minder dan een liter water. Of een mens zinkt, hangt dus af van het soortelijk gewicht van het lichaam dat probeert te blijven drijven. Daarbij maakt het niet uit hoe groot of hoe zwaar het hele lichaam is, het gaat erom hoe het lichaam samengesteld is. Die samenstelling verschilt van persoon tot persoon. De cruciale vraag hierbij is: bestaat het lichaam meer uit vet of bestaat het meer uit spieren? “Want spieren wegen meer dan vet”, legt Bobbert uit. “Hoe gespierder je bent, hoe eerder je zinkt.” Hoewel deze wetenschapper ongetwijfeld gelijk heeft, blijf ik verbaasd achter. Ik heb toch behoorlijk wat vet op mijn lijf. Dan moet ik blijkbaar iets heel goeds met mijn spieren doen a Zwemhulpmiddelen, bijvoorbeeld de exemplaren die gebruikt worden bij zwemlessen, moeten voldoen aan de EN 13138 norm. Onder deze norm vallen drie categorieën: 1. drijfhulpmiddelen die op het lichaam moeten worden gedragen, zoals zwemkurken, zwemvleugels, swimtrainers en drijfpakjes; 2. drijfhulpmiddelen om vast te houden, zoals plankjes en tubes; 3. zwemzitjes die moeten worden gedragen. Deze laatste zitjes zijn eigenlijk een soort opblaasbare stoeltjes waar je kind in blijft hangen. Onze buren in Duitsland deden overigens een paar jaar geleden onderzoek naar de veiligheid van deze drijvende fauteuils. Veel zitjes kwamen niet zo goed uit de test. Er was bij verschillende modellen een gevaar dat je kind kantelt en ondersteboven komt te liggen. Wil je een zwemzitje gebruiken, kies er dan dus bij voorkeur een die voldoet aan de EN 13138 norm. ZEVEN GOUDEN TIPS BRON: GEZONDHEID.BE 1. Gebruik een zwemhulpmiddel alleen voor personen met de gewichtsklasse en/of de lengte die op de verpakking staat aangegeven. Koop ze niet op de groei, want dan is het drijfvermogen niet gegarandeerd. 2. Koop alleen opblaasbare zwemhulpmiddelen met veiligheidsventielen. Let erop dat de ventielen bij het gebruik goed gesloten en ingedrukt zijn. 3. Controleer voor het gebruik het drijfvermogen in het water. 4. Laat uw kind in zee of in open water met stroming geen zwemvleugels of andere opblaasbare hulpmiddelen dragen of blijf erbij. Een kind dat even contact met de bodem verliest, kan eenvoudig meegevoerd worden door stroming. 5. Laat na gebruik het zwemhulpmiddel nooit helemaal leeglopen. Bewaar ze het liefst opgerold. Zo voorkomt u vouwscheuren. Bovendien gaan de binnenkanten niet aan elkaar plakken. 6. Gebruik een zwemhulpmiddel nooit in combinatie met een wegwerpluier. Een luier houdt lucht vast. Hierdoor kunnen de billen boven water komen en raakt het hoofd in het water. Laat uw kind zonder luier in het water of gebruik een speciale zwemluier. 70 VEINE HULPMIDDELEN
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky