VeineMAGAZINE 12
op de iPad marktleider is in de VS. Willemijn is een dame met veel kennis en ervaring op het vlak van ondersteunde communicatie. En iemand die dat ook nog een eens heel levendig kan vertellen. We hangen aan haar lippen als ze druk gebarend en enthousiast vertelt over een grote droom van het bedrijf; Nederlandstalige kinderstemmen voor de spraakcomputer. “Het allereerste woordje dat een kind met een ‘normale’ ontwikkeling spreekt, komt pas als ze bijna een jaar zijn. Op dat moment is elke ouder supertrots; hun kind heeft gesproken. Tot die tijd heeft het kind uitsluitend ‘input’ gehad, via verschillende kanalen zoals ouders, familie, de kassière bij Albert Heijn enzovoort. Deze input ging over van alles en nog wat, van politiek tot de geraniums die extra voeding nodig hebben. Denk je eens in, twaalf maanden input voordat het eerste woordje eruit komt!”, vertelt Willemijn. “En bedenk dan ook nog eens dat deze input in het Nederlands gegeven werd want het kind woont in Nederland en het eerste woordje komt er dan ook vanzelfsprekend in het Nederlands uit. Als je er Franse input in had gestopt, had er logisch een Frans woordje uitgekomen. Het komt nooit voor dat je er Nederlands instopt en dat de baby dan Frans praat. Tussen de vijftien en achttien maanden zie je normaal gesproken dat de woordenschat explosief uitbreidt en na die tijd komen er tweewoordzinnen die weer heel veel verschillende combinaties kennen.” Als je kinderen die zich afwijkend ontwikkelen vergelijkt met zich ‘normaal’ ontwikkelende kinderen is het grote verschil dat er na de eerste twaalf maanden niets gebeurt als het gaat om de output (het kind gaat niet praten). Vaak wordt daar de input op aangepast. “Je komt dan in een vicieus cirkeltje, terwijl we hiervoor gezien hebben dat wat je erin stopt, er ook uitkomt. Je moet dus eigenlijk op zoek naar een vorm van input die zou kunnen passen bij jouw kind. Als een kind bijvoorbeeld niet kan praten, maar wel motorisch in staat zou moeten zijn om gebaren te maken, dan zul je die gebaren moeten gebruiken als input. Want ook hiervoor geldt dat als je maar lang genoeg die input geeft, een kind op termijn die input zal kunnen vertalen naar output. Dit proces wordt ‘modelleren’ genoemd. Jij bent als het ware het model (het voorbeeld) voor je kind. Dit modelleren moet door iedereen in de omgeving worden gedaan en niet bijvoorbeeld alleen door de logopediste die een half uurtje per week met het kind aan de slag gaat”, zegt Willemijn Wetzels. “Iedereen moet dus hetzelfde ondersteunend communicatiesysteem gaan gebruiken met het kind. Voorwaarde is dat het kind het systeem Willemijn Wetzels 84 VEINE HULPMIDDELEN
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky