VeineMAGAZINE 37
9 RUBRIEK COLUMN BIJ COMMUNICATIE DENK IK METEEN AAN COMMUNICATIE TUSSEN OUDERS EN INSTANTIES EN BEHANDELAARS. IK ZIE REGELMATIG BIJ OUDERS DAT ZIJ TEGEN PROBLEMEN AANLOPEN BIJ DE COMMUNICATIE MET ZORGVERLENERS. Vaak ervaren ouders dat zij niet als volwaardig gespreks partner worden gezien. Zij krijgen dan bijvoorbeeld geen duidelijk antwoord op vragen die zij aan een hulpverlener stellen. En ze weten eigenlijk niet hoe zij dit wel voor elkaar moeten krijgen. Ik adviseer ouders altijd een lijstje te maken, het gesprek zo goed mogelijk voor te bereiden. En indien mogelijk om iemand mee te nemen. Met twee hoor je meer dan alleen. Als de uitleg van een hulpverlener niet direct duidelijk overkomt, moeten ouders vooral niet aarzelen om opnieuw de vraag te stellen. Niet elke ouder is even mondig. Natuurlijk zijn er ouders die alles zelf wel kunnen regelen, maar er zijn ook heel veel ouders die daartoe niet in staat zijn. Ikzelf probeer hier altijd op te letten maar ik realiseer me dat er genoeg collega’s zijn die dat niet doen of die er geen tijd voor denken te hebben in hun rooster en die ook niet vragen of alles wat zij verteld hebben wel duidelijk is overgekomen. Bij communicatie denk ik natuurlijk ook aan de communicatie tussen ouders en kind en tussen kind en omgeving. Ouders komen naar mij met de ’klacht’ dat hun kind nog niet praat. Ik ga dan het gesprek aan dat communicatie niet alleen bestaat uit praten. Het is een heel belangrijke stap dat ouders accepteren dat er ondanks dat hun kind niet kan praten er toch gecommuniceerd kan worden. Met gebaren, door te kijken, te wijzen en dergelijke kan er volwaardig gecommuniceerd worden. En daar komt dan bij dat ik ouders erop wijs dat het ook heel belangrijk is dat ook anderen met hun kind kunnen communiceren. Als ouder snap je meestal precies wat je kind met een beperking bedoelt, maar het is fijn als ook anderen begrijpen wat je kind wil ’zeggen’. De wereld van het kind wordt door communicatie met anderen veel groter. Als een kind met een computersysteem overweg kan, biedt dit vaak wel mogelijkheden om over zaken te communiceren waar een ouder niet zelf aan gedacht zou hebben. Ik weet een situatie waarbij ouders bedenkingen hadden om de computer aan hun kind te geven omdat ze het dan voor de zoveelste keer weer over Spongebob zouden moeten hebben. Ik geef in zo’n geval dan aan dat ook ouders die kunnen praten met hun kind het net zo vaak over Spongebob moeten hebben, maar de mogelijkheid niet hebben om de computer even buiten gebruik te stellen. Zij ontnemen hun kind op zo’n moment eigenlijk hun mogelijkheid tot communicatie. Ouders bepalen toch al vaak wat een kind kan doen met zijn computer omdat zij degenen zijn die het programma waarmee het kind werkt, uitzoeken. Ook komt het bijhouden van informatie waarover het kind beschikt vaak voor rekening van de ouders. Ik zie regelmatig dat dit bijhouden heel moeilijk is. Denk alleen maar aan de wisselende groep van kinderen op de mytylschool waar een kind op zit. Als de namen niet regelmatig worden geüpdatet, kan het maar zo zijn dat de namen van de kinderen van twee jaar geleden er nog wel in staan, maar de kinderen uit de klas van dit jaar nog niet in de computer staan vermeld. • COMMUNICATIE! S A N D R A T I T U L A E R - k i n d e r r e v a li d a t i e a r t s
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky