VeineMAGAZINE 16

11 RUBRIEK COLUMN OVER PLASSEN EN POEPEN EN ALLES WAT DAARBIJ KOMT KIJKEN ZINDELIJK WORDEN OF JUIST NIET IS NATUURLIJK EEN ONDERWERP DAT IK REGELMATIG BESPREEK MET OUDERS EN MET DE KINDEREN ZELF VOOR ZOVER DAT KAN. HOE IK EEN DERGELIJK GESPREK VOER, HANGT ERG AF VAN DE SITUATIE. SOMS WEET JE DAT EEN KIND MET EEN SPECIFIEKE DIAGNOSE EIGENLIJK FYSIEK NOOIT IN STAAT ZAL ZIJN OM ZELF TE PLASSEN OF POEPEN. ALS EEN KIND WÉL EEN NORMALE VERSTANDELIJKE ONTWIKKELING DOORMAAKT, WEET JE DAT EEN KIND DAAR VROEG OF LAAT SOCIALE PROBLEMEN MEE KRIJGT. EN ZO BEKIJK IK PER SITUATIE WAT DE MOGELIJKHEDEN ZIJN. Voor kinderen die verstandelijk beperkt zijn en niet zindelijk, zoek ik samen met ouders en een incontinentieverpleegkundige naar mogelijkheden hoe we een kind het beste kunnen helpen. We willen verstoppingen voorkomen en kijken altijd eerst of we de ontlasting met laxeermiddelen zacht kunnen houden. Als dat niet gaat, kunnen ouders regelmatig een klysma zetten om de spieren te triggeren of als ook dat niet gaat, kan men nog gaan darmspoelen. Door water in te brengen dat er vervolgens weer uitkomt, spoel je de darmen volledig schoon. Als een kind wel beseft dat hij of zij niet zindelijk is en zich schaamt voor de luier en voor de vieze stank als het ‘fout’ gaat, proberen we vaak of we zo iemand sociaal zindelijk kunnen maken. Feitelijk ga je dan in kaart brengen wanneer en hoe vaak iemand plast en poept. Vervolgens ga je daar op anticiperen door vooraf naar het toilet te gaan. Als dat onmogelijk is, ga je op een vast moment een katheter gebruiken en de ontlasting sturen met een klysma of spoelen. Een heel dunne luier of inlegger volstaat dan als het onverhoopt toch een keer fout gaat. Bij sommige kinderen starten we samen met een incontinentieverpleegkundige en met de ouders een traject om alsnog (functioneel) zindelijk te worden. Er zijn in Nederland zogenaamde plas- en poeppoli’s, enkele daarvan hebben de focus op kinderen met een beperking. Je probeert dan door veel oefenen, regelmaat, plaswekkers enzovoort een kind toch zindelijk te krijgen of bijna-zindelijk. En dat het nooit te laat is om dat te proberen bleek laatst bij een patiënt van vijftien jaar uit mijn praktijk. Ouders hadden toen het meisje acht jaar was al een traject doorlopen, maar dat was toen niet gelukt. Nu was zij inmiddels vijftien en moest naar een nieuwe school waar meer zelfstandigheid is gewenst. Ze wilde zelf ook heel graag zindelijk worden en de training werd nu niet alleen door de ouders gepromoot, maar het meisje wilde zelf graag zindelijk zijn. Na een paar maanden was het deze jongedame toch nog gelukt. Blijkt maar weer dat je nooit te oud bent om met een training aan de slag te gaan! • S A N D R A T I T U L A E R - k i n d e r r e v a li d a t i e a r t s

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky