VeineMAGAZINE 19
Bij snoezelen worden zintuigen bewust geprikkeld. Feitelijk is het ontspannen in een ruimte waarin voorwerpen, beelden, kleuren, geuren en geluiden de zintuigen aangenaam prikkelen. Het biedt vaak een ingang om contact te maken, alertheid te verkrijgen en de ervaring leert dat kinderen en volwassenen met een beperking dit positief effect ervaren. Ze voelen zich fijn en ontspannen. Ilse Achterberg vertelt: “Snoezelen is ontstaan in de jaren 70 in Haaren bij instituut Haerendael. Hier werkte een orthopedagoog die twee Amerikaanse artikelen had gelezen van Cleland & Clarck en van J. Hollis, die beschreven hoe je een ruimte kunt gebruiken met zintuigprikkelend materiaal, om tot beleving en ervaring te komen met cliënten. Deze orthopedagoog kreeg de vraag binnen zijn organisatie om eens wat activiteiten te verzinnen voor de meest beperkte cliënten in het huis, vooral omdat zij nooit mee konden doen aan bingo, een filmavond enzovoort. Hij bedacht vijf belevingsgebieden; kijken, horen, proeven, voelen en ruiken. Toen er een teamleidster binnenliep en zei ‘wat snoezig’ ontstond het woord snoezelen. Het werd toen nog geschreven met twee s-en en omdat de achternamen van de orthopedagoog en zijn twee assistenten Snel, Stap, en Snoek waren. In diezelfde tijd was Ad Verheul van de Hartenkamp in Ede ook met deze activiteiten bezig voor zijn cliënten. Het woord snoezelen met een z werd geïntroduceerd door Ad Verheul en Jan Hulsegge als een samentrekking van de woorden snuffelen en doezelen. DE METHODE; VAN OBSERVEREN EN HET MAKEN VAN EEN PLAN TOT INTEGREREN IN 24-UURSZORG Bij het snoezelen is de levensloop van een kind (of volwassene) heel belangrijk, dat is feitelijk het startpunt. Voordat je iemand snoezelen aanbiedt, moet je weten wat diegene heeft, waar de kracht van iemand ligt en welke beperkingen er zijn. Ilse: “Wij laten mensen sensorische integratieformulieren invullen om inzicht te krijgen in ontwikkelpunten. Daarna gaan ze een observatieperiode in om te kijken op welk materiaal iemand reageert met zijn of haar zintuigen. Het probleemgedrag van kinderen kan beïnvloed worden met het aanwezige materiaal. Pas als we voldoende weten, maken we een plan. Vanuit dit plan kan dan door therapeuten, docenten of fysiotherapeuten getraind worden. Enerzijds is afwisseling in het aanbod van snoezelmateriaal belangrijk omdat het anders geen effect meer heeft. Anderzijds is het ook zo dat sommigen het juist als heel prettig ervaren elke dag weer hetzelfde aangeboden > Ilse Achterberg 89 MOOI INITIATIEF
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky