VeineMAGAZINE 22

Omdat een tweede lockdown nabij was, ging ik dan ook gemakkelijk overstag toen ze op een dinsdag tijdens het boodschappen doen vroeg: “Mam, gaan we nog even wat drinken in een restaurant? Daar heb ik zo’n zin in.” Ik rolde haar aan een tafeltje en we wachtten geduldig op onze beurt. Toen de serveerster kwam vroeg ik om ‘iets kleins’ erbij, want we moeten wel een beetje opletten dat ons lekkerbekje niet dichtgroeit. “Ik heb wel wat”, knipoogde de serveerster, “en dat krijgen jullie van mij”. Die lieve en spontane reactie van de serveerster ontroerde me extra in deze rare tijd waarin we letterlijk met een boog om elkaar heen lopen. We kregen een mini appelbeignet in bladerdeeg. Nadja was in haar nopjes, want: “Ik hou van appels en fruit is gezond, toch mama?” Thuis liep Nadja de dagelijkse twee rondjes met de Racerunner. “Dat moet”, zegt ze tegen iedereen die het horen wil, “want dat is goed voor mijn benen en voor mijn buik.” Poes Doortje liep het hele stuk mee. Nadja moest er hard om lachen. Op woensdag hebben we altijd een speciale lunch, net even lekkerder dan op andere dagen. Voor deze woensdag had ze ’s morgens al gekozen voor een geklutst ei met melk en kaneel om daar lekker haar brood in te soppen. Alleen moest ze lang wachten op die lunch, want de taxichauffeur belde dat de lift van de taxi niet meer uitklapte en hij de rolstoelkinderen dus niet meer uit kon laden. De reparatiedienst moest van dertig kilometer verderop komen. Dat was me iets te gortig. Ik sprong in de auto, haalde Nadja zonder rolstoel uit de taxi - die zou de chauffeur later thuis afzetten - en zette haar voorin op de passagiersstoel. Toen zag ik pas dat ze iets in haar hand had. “Wat heb je daar nou?”, vroeg ik. Nadja toonde een stompje courgette uit de schooltuin. “Ik had honger!”, riep ze vrolijk. Troosteten helpt altijd.  • 83 COLUMN VAN ANNE

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky