VeineMAGAZINE 23
39 COLUMN C H R I S - m o e d e r Wat een fijne afwisseling in een lange, saaie coronawinter. Een geweldig pak sneeuw dat de hele wereld om je heen zoveel mooier maakt en dan die strenge vorst erachteraan. We waren er allemaal echt even aan toe! De slee kwam van zolder, het roest moest even van de ijzers geschuurd worden. Skibroeken verzamelen, sneeuwschoenen, binnen een uur stond alles klaar. De kleinste was verdwenen en de dijk waar je vanaf kan sleeën in dit dorp, was binnen enkele uren verre van coronaproof. Voor onze dochter met beperking hebben we iets meer nodig. De rolstoel is niet handig, ook voor haar moesten we een slee fixen. Eentje met een rugleuning en een fixatieband, zodat ze met haar zeventien jaar en ellenlange benen, goed kan zitten. Skipak aan, dikke jas en dan begint de ellende. Handschoenen aantrekken is een uitdaging. Wanten zijn het makkelijkst en ik weet inmiddels dat ik de duimen ervan naar binnen moet vouwen. Anders doet ze die in haar mond en trekt ze de want meteen weer uit. En dan de muts. Iets op haar hoofd is van kinds af aan altijd al een ramp geweest. Het zorgt voor paniek, overprikkeling en huilen. Na luid geschreeuw en tien minuten tobben, is de lol ervan af en besluiten we zonder muts naar buiten te gaan. We lopen naar buiten en ze geniet zichtbaar. Maar al snel zie ik haar oortjes pimpelpaars worden, tijd om naar binnen te gaan. We klokken twaalf minuten, het is immers echt ver onder nul. Om te schaatsen een paar dagen later gebruiken we wel de rolstoel. Voor mij heerlijk om mij aan vast te houden, voor haar een stuk beter zitten dan op een houten slee. Schaatsen kan hier gemakkelijk, er zijn diverse watertjes, zelfs hier in de straat. Maar met kans op wakken, durf ik met de rolstoel alleen de schaatsbaan op. Als we daar door het ijs zakken, hebben we hooguit natte voeten… Even de auto in, want de dichtstbijzijnde schaatsclub is tien minuutjes rijden. We starten het ritueel weer op, skipak en jas aan, wanten en sneeuwschoenen. De auto in, de rolstoel en schaatsen achterin en dan weer alles eruit als we aangekomen zijn bij de ijsbaan. Als ik mijn schaatsen heb ondergebonden, kan het grote genieten beginnen. Mijn dochter kraait van plezier, danst mee op de muziek uit de boxen en haar lach werkt aanstekelijk voor de andere bezoekers op de ijsbaan. Ze krijgt van iedereen een grote glimlach terug. Als we drie rondjes hebben gemaakt, elk van ongeveer twee minuten, roept ze: “Klaar!” Klaar? Hoezo? We zijn driekwartier bezig geweest om eindelijk te kunnen schaatsen en dan roep jij na zes minuten ‘klaar’. Als ik doorschaats begint ze zachtjes te huilen. Haar oren alweer knalrood van de kou. Ik kijk mijn man aan en we besluiten dat het genoeg is geweest. Terwijl zij huilt, stappen we de auto in. En ruim een uur later zijn we weer thuis. Ik kijk het filmpje terug dat de oudste heeft gemaakt van de eerste rondjes. Ik lach zachtjes en denk bij mijzelf… soms moet je er heel wat voor over hebben om een paar kleine geluksmomentjes te pakken! • TOCH NOG WINTERSPORT
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky