VeineMAGAZINE 27

COLUMN 43 CHRIS - moeder Ikke, ikke, ikke en de rest kan… Raar woord eigenlijk, dat ‘ik’. Hoe vaak zeggen mensen niet dat ik wat beter voor mijzelf moet zorgen, dat ik eens wat tijd voor mezelf moet nemen. Ik krijg dan vragen als: “Wat vind je nou zelf echt leuk?” Allemaal lieve en goedbedoelde woorden waarmee mijn vrienden eigenlijk willen zeggen dat ik misschien wat te vaak op anderen gericht ben. Mezelf wegcijfer om het leven van anderen juist een beetje beter te maken. Maar misschien vind ik dat nou juist wel heel fijn. En zeg nou eerlijk, mensen die te vaak ‘ik’ zeggen of mensen die te veel op zichzelf gericht zijn, zijn in algemeen ook niet zo leuk. Ze zijn in ieder geval minder sociaal. “Behalve die ene”, bedenk ik mij met een glimlach om mijn mond. Mijn mooie dochter die met alle beperkingen toch nog leerde praten. Wie had dat gedacht! Ze sprak haar eerste woordjes toen ze negen jaar oud was. Van de namen in het gezin, papa, mama en opa tot deur, tafel en eten. Allemaal woorden die we elke dag gebruiken. Woorden waarmee ze al zoveel kon duidelijk maken. Maar de logopediste wil meer en daar zijn we blij mee. Want natuurlijk vinden wij het ook fantastisch als er meer woorden bijkomen. En inmiddels worden woorden aan elkaar geplakt. Met kleine zinnen van twee tot soms vier of vijf woorden, kan ze nog meer duidelijk maken. En de nieuwste aanwinst in haar woordenschat is, je raadt het al, ‘ik’. En dan bedoel ik niet zomaar ‘ik’. Maar een prachtig rollende en gearticuleerde ‘ik’. Het klinkt meer als ‘iekkkku’. Waarschijnlijk doet ze de goed articulerende logopediste gewoon na. Een mooie ontwikkeling dat ze probeert anderen na te doen. Zinnen als ‘ik heb honger’, ‘ik wil naar buiten’ worden te pas en te onpas gebruikt. Maar hoe dan ook, we zijn natuurlijk apetrots. Maar nu ze ‘ik’ heeft geleerd krijgt ze in haar omgeving veelvuldig complimenten. En daardoor vermoed ik dat ze de smaak te pakken heeft. Want inmiddels begint nu alles wat ze wil zeggen met ‘ik’. Ik hoor je hardop denken, dat klinkt wat egocentrisch, maar dat zal het zeker niet zijn. Ze is er echt van overtuigd dat ze prachtige volzinnen maakt als ze zegt: “Ik kun je even een tilletje geven” of “Ik hond ligt op zijn buik.” En zo gaat het de hele dag door. Van de week was het zo erg dat ik mijn man hoorde zeggen: “Wie heeft dat kind geleerd om ‘ik’ te zeggen?” Voor de komende maanden hebben we een nieuw doel. ‘Ik’ weer afleren voor al die situaties dat ‘ik’ toch echt niet in een zin hoort. En we zijn benieuwd wat langer duurt. ‘Ik’ aanleren of ‘ik’ weer afleren!  •

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky