VeineMAGAZINE 34
KERSTGEDICHTJE, VAN WIE ZOU HET ZIJN? “En de muts gaat naar?” Vandaag viert de klas kerstgedichtenfeestje. De kinderen hebben een lootje getrokken, ze moeten een gedichtje voor iemand anders maken en een grappig, niet-alledaags cadeautje kopen. Al die cadeautjes liggen ingepakt midden in de kring en onder de kerstboom, die in de klas staat. Meester Joris loopt een rondje door de kring, zwaait met een rode kerstmuts rond en als je de kerstmuts krijgt dan is het jouw beurt. Hij stopt bij Renske. Hij geeft haar de muts, die ze opzet. Speciaal voor vandaag heeft Renkse een kersttrui aan en hele grappige sloffen, de muts past er heel goed bij. Renske rolt een stukje naar voren, ze moet op zoek naar haar cadeautje tussen al die vrolijk gekleurde pakjes. "Misschien kan iemand mij even helpen zoeken naar mijn cadeautje?” vraagt Renske, want het is voor haar lastig rollen met al die pakjes en papier van al uitgepakte cadeautjes op de grond. “Ik zie het" roept Lizzy. Ze pakt een cadeautje, het is mooi ingepakt in kerstpapier met een grote rode strik eromheen. Ze geeft het aan Renske. Van wie zou het zijn? Eerst het gedichtje voorlezen, misschien wordt het dan wel duidelijk wie de gever is van dit mooie pakje. Lieve Renske, Ook voor jou een cadeautje onder de boom, deze is niet van je tante of je oom. Maar van iemand uit de klas, en die kocht dat met zijn eigen pinpas. Renske je kan alles net zo als wij, En jouw rolstoel hoort er helemaal bij. Je rolt altijd rond, daardoor zien we je knieën, maar nooit je kont. "Jeetjemina, wie heeft dit geschreven?” Renske stopt met voorlezen en kijkt de klas rond. Iedereen moet heel hard lachen, Renkse zelf ook, het is wel een grappig rijmwoord. “Beste dichter”, zegt meneer Joris, “Dat had toch wel anders gekund. Er zijn zoveel woorden die rijmen op rond. Misschien had je iets kunnen zeggen over die glimlach om haar mond.” Hij schudt met zijn hoofd, maar moet stiekem ook wel lachen. “Ga maar door met voorlezen, Renske”, zegt hij. Toch ben je niet anders dan de rest, en dat weet iedereen in deze klas best. Ik mag niet verklappen wie ik ben, maar ik noem me een echte Renske fan. En meteen kijkt de hele klas naar Tygo, hij is tenslotte het vriendje van Renske. “Ik ben het echt niet!”, roept hij meteen. Renske leest verder; ILLUSTRATIE: RICHARD VAN LANGE Maak het cadeautje nu maar snel open, dat je het mooi vindt, kan ik alleen maar hopen. Renke kijkt de kring eens goed rond, van wie kan dit gedichtje nou zijn? Ze is ook nieuwsgierig naar haar cadeautje. Ze maakt het pakje heel voorzichtig open, het is zonde om dat mooie papier kapot te scheuren. Ze is wel benieuwd wat erin zit. Het is een lichtsnoer met allemaal gekleurde lampjes. Oké denkt Renske, best leuk voor op mijn kamer of zo. En dan ineens roept Jasmijn door de klas; “is voor je wielen, nu kun je lampjes tussen je spaken doen.” “Ohh wat tof", zegt Renske. Ze vindt het wel leuk bedacht. “Heb jij soms dat gedichtje geschreven?" vraagt Tygo. “Nee”, zegt Coen, “Dat kan niet want er staat: zijn en niet haar pinpas in de tekst”. Coen heeft inderdaad goed geluisterd. Iedereen kijkt elkaar aan, wie zou het nou toch geschreven hebben? Er is er maar een die het weet en die zegt niks… • Wil je meer weten over Renske? WWW.RENSKEMETWIELEN.INFO 48 49 VEINE VOORLEESVERHAAL VOORLEESVERHAAL
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky