VeineMAGAZINE 41
DE BRIEF AAN DE BURGEMEESTER Op een zonnige woensdagmiddag zitten Tygo, Coen en Nienke op hun favoriete bankje in de speeltuin. Ze zijn dol op de glijbaan, het klimrek en vooral de kabelbaan. Maar als net als vandaag Renske erbij is, vinden ze het lastig om te gaan spelen en kletsen ze alleen wat. Renske lachte vrolijk mee, maar Tygo ziet het wel: Renske wil eigenlijk óók van de kabelbaan. Of van de glijbaan. Of op de schommel die over de sloot zwiept. "Waarom is er eigenlijk niks waar Renske in kan?", vraagt Nienke plots. "Nou ja, we kunnen wel samen de bal overgooien zoals we op het schoolplein doen en tikkertje spelen. Renske, jij bent super snel in je rolstoel“, zegt Coen terwijl hij de bal oppakt. Renske glimlacht, maar eigenlijk is ze niet blij. “Ik zou ook wel weer eens willen schommelen of ondersteboven aan het klimrek willen hangen." De vrienden weten niet goed wat ze moeten zeggen, maar snappen dit natuurlijk helemaal. Vooral omdat Renske voordat ze in de rolstoel kwam echt nooit stil zat. Ze maakte de hele dag radslagen, klom overal op, en het leek alsof ze nergens bang voor was. "Wat als we nu eens echt die vliegende rolstoel bouwen, waar jij het laatst over had in jouw droomverhaal in de klas", roept Coen ineens. "Met regenboogvleugels en een propeller of wij ontwerpen een klimrek dat zichzelf omlaag laat zakken, zodat iedereen erin kan klimmen, en dan… WHOESH! gaat het omhoog als een lift", zegt Tygo. "Of een draaimolen met stoelen én rolstoelplekken, die confetti rondspuit als die ronddraait." Ze schieten allemaal in de lach. De ideeën werden steeds gekker. "Een glijbaan met onderaan een bad van pudding!", gilt Nienke. Renkse heeft buikpijn van het lachen, maar dan denkt ze er ineens serieus over na. "Jullie bedenken echt leuke dingen… maar het is eigenlijk best stom dat er nergens gewoon iets is waar ik in kan, zonder raketmotoren." Daar worden ze allemaal even stil van, er wordt zelf sip gekeken. "Wat als we dit nou écht proberen op te lossen?", zegt Tygo. "Misschien moeten we een brief schrijven." "Ja!", roept Coen. "Aan iemand die er echt wat aan kan doen! De koning?" "Of de burgemeester!", zegt Nienke. "Die regelt speeltuinen toch?" Ze halen papier en stiften uit Renske haar tas die achterop haar rolstoel hangt en beginnen te schrijven: Beste burgemeester, Wij spelen elke dag in de speeltuin. Maar ons vriendinnetje Renske zit in een rolstoel, en er is bijna niks waar zij ook in kan. We vinden dat heel oneerlijk. We hebben leuke ideeën bedacht zoals een klimreklift en een draaimolen waar rolstoelen in kunnen. En een puddingglijbaan, maar die hoeft niet écht. Wilt u alstublieft iets bouwen waar iedereen in kan, ook kinderen met een rolstoel? Met vriendelijke groetjes, Tygo, Coen, Nienke en Renske P.S.: Renske zegt dat u welkom bent om een keer mee te komen spelen. Wij nemen koekjes mee! Renske neemt de brief mee naar huis, stopt hem in een envelop en rolt ‘s avonds met haar vader nog even naar het gemeentehuis om hem daar in de bus te doen. En weet je wat? Twee weken later krijgen ze een brief terug. Wil je meer weten over Renske? WWW.RENSKEMETWIELEN.NL ILLUSTRATIE: RICHARD VAN LANGE De burgemeester vindt hun ideeën geweldig. Er zal een nieuw speeltoestel komen, eentje waar iedereen samen in kan, ook met een rolstoel. Geen confettikanon, maar wel een schommel met een speciale stoel voor rolstoelen of een draaimolen met plek voor iedereen. Hij zal zorgen dat iemand dat in orde gaat maken. "Ik kom snel koekjes met jullie eten", staat er onderaan. De kinderen zijn heel blij met het antwoord van de burgemeester en hopen dat de aanpassing in de speeltuin er echt heel snel komt. En Renske? Zij draait met een grote glimlach een rondje in haar rolstoel. "Binnenkort kan ik eindelijk écht meespelen!", zegt ze en ze is heel benieuwd welke speeltoestellen er gaan komen. • 51 50 VEINE VOORLEESVERHAAL VOORLEESVERHAAL
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky