VeineMAGAZINE 02
SCOUTING VOOR KINDEREN MET EEN BEPERKING Scouting Nederland heeft in 2002 de Standard Rules voor gelijke behandeling van mensen met een beperking ondertekend. Dit houdt in dat Scouting Nederland de internationale richtlijnen ter bevordering van gelijke kansen voor mensen met een beperking als uitgangspunt hanteert voor haar landelijk beleid. Scouting Nederland vindt dat een kind dat lid wil worden van Scouting, zelf en met de ouders, moet kunnen kiezen waaraan het wil meedoen. Wat voor het kind het beste is, is voor Scouting het uitgangspunt bij het kiezen van een Scoutinggroep. kinderen ook weer zelfvertrouwen te krijgen” vertelt Cecile. “Er is een RSW weekendkamp. Dat is een regionale wedstrijd. Dan gaan ze in kleine groepjes wedstrijden doen tegen heel veel andere reguliere scoutingverenigingen. Ook wij doen dan mee. We hebben er ongetwijfeld meer voorbereidingstijd voor nodig, maar het gaat erom dat ook ‘onze’ kinderen er gewoon bij horen”. De Mauritsgroep was afgelopen jaar de enige groep met kinderen met een beperking. Doordat ze zo goed samenwerkten eindigden ze terecht in het bovenste deel van de ranglijst. “En dat geeft natuurlijk heel veel zelfvertrouwen. Ze krijgen dan ook echt het gevoel; ik kan het eigenlijk wel. Ik kan best meedoen met de andere kinderen.“ SAMENWERKEN EN ZELFSTANDIGHEID IS TOCH OOK BELANGRIJK? “Scouting is voornamelijk veel buiten. Beleven in de natuur. Samenwerken is daarbij een belangrijk uitgangspunt om de kinderen aan te leren, ze werken altijd in groepjes. Gewoon lol maken en leren tegelijkertijd. Maar ook het bevorderen van zelfstandigheid is een doel op ons lijstje” vertelt Cecile. “De kinderen hebben rolmodellen om zich heen. En daarmee bedoel ik de teamleiders en leiding. Binnen die groepen heb je ook mensen met een beperking. Dus de welpen en de scouts hebben meteen een voorbeeld van wat ze kunnen bereiken. Dat zijn dan eigenlijk scouts die zelf te oud zijn geworden om nog lid te zijn, zij blijven dan om de jongeren te gaan begeleiden.” KAN ELK KIND MEEDOEN? Cecile antwoord met ‘ja’. “Natuurlijk kijken we of kinderen in de groep passen en of de groep bij het kind past. Maar het is aan ons als teamleider om de activiteiten zo aan te passen dat iedereen mee kan doen. Bijvoorbeeld als we op kamp gaan, maken we met de kinderen eerst een inpaklijst. Zo laten we ze daar zelf over nadenken. In de groep hebben we bijvoorbeeld een jongen die motorisch erg beperkt is en niet kan praten. Maar met zijn ogen kan hij precies aangeven wat hij wil. Ook met hem kunnen we gewoon een inpaklijst maken. Ik maak dan kaartjes en laat hem steeds een keus maken wat wel mee moet en wat niet. Ook hij wordt dan gestimuleerd om wel na te denken.” > 55 SPORT
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky