VeineMAGAZINE 04

VOEDING TOEN HET IDEE OP DE REDACTIE ONTSTOND OM EEN DOSSIER OVER GEZONDE VOEDING TE MAKEN, RIEP IK METEEN: “DAAR BEGIN IK NIET AAN, DAT KUN JE NOOIT GOED DOEN”. VOEDING IS ALS EEN DOOLHOF WAARIN BLOGGERS, DIEETGOEROES EN WETENSCHAPPERS ELKAAR VOORTDUREND TEGENSPREKEN. Denk maar aan iets simpels als ons dagelijks brood. Als de ene goeroe roept dat we brood niet meer moeten eten, roept de volgende voedingsdeskundige dat we vooral wel brood moeten eten omdat we het zout hard nodig hebben. Huh, zout is toch slecht? Ofwel, in het oerwoud van gezond eten ben ik een regelrechte no no. En dan gaan we het ook nog eens hebben over voeding voor kinderen met een beperking. Nog lastiger. We zijn als ouders vaak al blij als ze überhaupt eten. Moet je gewoon je gezonde verstand gebruiken en op je gevoel afgaan of is dat te kort door de bocht? Gelukkig mag ik Jeanne de Jongh interviewen, zij ziet en zag in haar diëtistenpraktijk honderden kinderen met een beperking. Sommigen te zwaar, anderen te mager. Ik praat met Jeanne over de do’s en don’ts rondom eten, de nieuwe schijf van vijf en wat kinderen nodig hebben. Als Jeanne kinderen met een beperking in haar praktijk ziet, is de eerste vraag ‘kan er veilig worden gegeten?’. “Bij sommige kinderen is de kans op verslikken groot en dan moet je je allereerst afvragen of eten niet te gevaarlijk is. Als er eten in de longen komt door verslikken, is dat simpelweg niet veilig. Als ik denk dat hiervan sprake is, overleg ik altijd met een logopediste. Gezamenlijk kijken we dan wat wel en niet mogelijk is.” De tweede stap die ik altijd in kaart breng, is of er in het verleden al spanningen bij zowel kind als ouders zijn geweest rondom eten. Eten is een ding dat onlosmakelijk verbonden is aan het ‘goede ouder zijn’-gevoel. Al op het consultatiebureau krijg je precies te horen of jouw kind te veel of te weinig weegt. En als dat het geval is schieten de meeste moeders (sorry vaders, vaak zijn het moeders die naar het consultatiebureau gaan) al in de modus van schuldgevoel. Bij veel kinderen met een beperking gaat eten moeizaam en ontstaat er vanaf de begintijd al strijd om de juiste hoeveelheid eten te geven. Veel ouders hebben daarvan stress en dat is precies wat het kind voelt. In plaats van eten, gaat zo’n kind juist niet eten. “Het helpt vaak als ouders het eten af en toe aan een derde overlaten. Vaak eet een kind bij opa/oma of bij een begeleider op een KDC veel beter”. Het is mooi als op die manier ook weer wat rust bij ouders ontstaat en de druk er af is. “Eten moet vooral ook leuk zijn!”, vindt Jeanne. Immers, eten kan een feestje zijn, met eten kun je dingen vieren en bij het eten horen ook rituelen die kinderen kunnen herkennen en waar zij naar uitkijken. Denk maar aan het uitgebreide ontbijt op zondag in veel gezinnen. > TEKST: RENÉE RUISCH | FOTOGRAFIE: STOCKBEELD | ILLUSTRATIES: VOEDINGSCENTRUM 7 DOSSIER

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky