VeineMAGAZINE 12
Hans bestudeert de wijze waarop niet of nauwelijks sprekende kinderen en jongeren met meervoudige beperkingen tóch in staat zijn te communiceren, taal te verwerven en een vorm van lezen of (basis)geletterdheid te ontwikkelen. Ondersteunende communicatiehulpmiddelen helpen daarbij. Zijn leerstoel aan de Radboud Universiteit in Nijmegen is een initiatief van de BOSK (de vereniging van mensen met een aangeboren lichamelijke handicap) en wordt ondersteund door Koninklijke Kentalis en Stichting Milo. In 2010 richtte Hans Stichting Milo op, een in ondersteunde communicatie gespecialiseerd behandelcentrum voor mensen met communicatief meervoudige beperkingen (CMB) en hun omgeving. Ons gesprek met Hans van Balkom is prettig. Aan alles voel je de gedrevenheid van deze man. De passie om te zoeken naar aanknooppunten waardoor hij zoveel mogelijk kinderen en jongeren met spraak- en of taalstoornissen kan helpen, “Door met elkaar te communiceren, kunnen we de wereld om ons heen naar eigen hand zetten,” zo start Hans van Balkom zijn betoog over de communicatieve aanleg en gedrevenheid van de mens en het belang daarvan. Het ontwikkelingstraject van een kind start al gedurende de zwangerschap. Een kind vangt dan al de eerste geluiden op; de stem en bewegingen van de moeder en de geluiden van muziek en anderen in de directe omgeving. “In de eerste interactie, direct na de geboorte, is het kind sterk gehecht aan die herkenbare stem van moeder. Het contact en de directe nabijheid bieden een gevoel van warmte, affectie, veiligheid en geborgenheid. Het kind herkent moeders geur, stemklank, aanraking (tast) en bewegingen. In die vertrouwde ‘cocon’ van hechting tussen moeder en kind ontstaan regelmatig terugkerende gedragspatronen die al gauw uitgroeien tot ritueeltjes van waaruit het kind de omgeving stap-voor- stap durft te ervaren, leert kennen en herkennen. Geleidelijk aan ontwikkelt zich in de eerste maanden na de geboorte ook het gezichtsvermogen, mede aangewakkerd door motoriek (waaronder de eigen bewegingen van handjes, de tast en het aanraken van gezicht, mond). Die waarnemingen en de verwerking van die prikkels zorgen voor een snelle uitbreiding van contactpunten en verbindingen in de hersenen van het kind: neurale netwerken. De hoeveelheid en kwaliteit van de waarnemingen en de verwerkingscapaciteit verbeteren daardoor bijna dagelijks. Het aangepaste, vereenvoudigde 32 VEINE DOSSIER
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky