VeineMAGAZINE 12

taalaanbod van de moeder en anderen in de omgeving stuwt de uitbouw van dit uitbreidende netwerk. Een van die vroege ritueeltjes is het zogenaamde beurtgedrag. De baby doet iets (bijvoorbeeld een lachje), waarop moeders al gauw interpreterend reageren met zinnetjes als: “Waaw… hallo… dat vind jij leuk hè?” De baby reageert daar dan weer op en begint te kirren, te bewegen en steeds meer andere geluidjes te maken. Waarop moeder dan weer reageert: “Ja, ik zei het al, dit vind jij heel erg leuk hé?” En zo ontstaat een eerste ‘gesprek’ waarbij beurtgedrag al wordt geoefend. Dat wordt protoconversatie genoemd. 
Hans vertelt dat hij regelmatig behandelaars spreekt die zeggen dat het geen zin heeft om op die manier te praten met kinderen die meervoudig beperkt zijn. En al helemaal niet met allerlei aanpassingen en ondersteunende communicatievormen, zoals gebaren, spraakknoppen enzovoorts. Want ze verstaan en begrijpen dat toch niet! “Ik zeg dan altijd, wat een onzin! We praten toch ook tegen pasgeboren baby’s. Die verstaan en begrijpen dat toch ook niet… De opvatting dat het kind ‘het vereiste niveau van begrijpen’ niet heeft is ronduit ‘bullshit’. Dat ontneemt ouders en anderen het initiatief om op eigen, invoelende wijze, in contact met het kind te komen en van daaruit de communicatie richting taalverwerving te plooien. Blijf tegen je kind praten en gebaren, dat is wat ik alle ouders mee wil geven. Gebruik hoe dan ook alle mogelijke ondersteuning in gebaren en tast.” “Dat taalaanbod omvat meer dan alleen spraak. Denk ook aan liedjes zingen, neuriën, samen bewegen, gezichtsuitdrukkingen, aanraking, diepe druk enzovoort. Onderschat niet het stuwende, dirigerende effect van dit alles op het uitbreidende neurale netwerk. Die toestroom aan aangepast en ondersteund taalaanbod weet het kind op eigen wijze waar te nemen en te verwerken waardoor bestaande verbindingen sterker worden en breder uitwaaien (meer vertakkingen krijgen). De manier waarop dat netwerk zich in het brein ontwikkelt en ontvouwt is grotendeels genetisch voorbereid (blauwdruk), maar moet daartoe aangezet worden door het aangepaste taalaanbod. Inmiddels weten we uit hersenonderzoek en tal van neurocognitieve studies dat dit neurale netwerk uit tien belangrijke knoop- en > Kerndomeinen 33 DOSSIER

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky