VeineMAGAZINE 37

het kind. Zoals: ‘ik ga eten’ of ‘ik ga naar buiten’. Uit deze tekstjes haalt Tjitske dan weer woorden die zij weer gaat oefenen. Uiteindelijk is de manier om zinnen aan te leren de zogenaamde ‘omdraaimethode’. Van de zin ‘ik ga eten’, leg ik het laatste woordje op zijn kop. Het is dan de bedoeling dat het kind zelf dit ontbrekende woordje toch uitspreekt. Als dit lukt, wordt er een tweede woordje omgedraaid, enzovoort” SPELLEN EN LETTERGREPEN HERKENNEN Toch ga ik nog even terug naar de vraag hoe kinderen de voor hen onbekende woorden leren lezen. “Deze stap noemen we bij Leespraat het leren lezen van woorddelen. Een woord wordt gehakt in delen en kinderen gaan deze woorddelen (lees: lettergrepen) herkennen omdat ze deze vaker ook in andere woorden terugzien. Bijvoorbeeld de lettergreep ‘ter’ in boterham is een lettergreep die in veel woorden voorkomt. Als je deze losse lettergrepen losknipt uit woorden die het kind al begrijpt, kan het op die manier nieuwe woorden maken en deze makkelijker leren lezen en uitspreken”, legt Tjitske uit alsof het meer dan logisch is. Gelukkig krijg ik de kans om haar aan de slag te zien met lettergrepen bij een meervoudig gehandicapt meisje. En inderdaad, het lukt haar, door steeds de flapjes met lettergrepen te draaien, het kind de lettergrepen aan te leren. Echt zo knap! PAPIERTJES OF LIEVER EEN IPAD? Terwijl Tjitske eten geeft aan een kind, schrijft zij van alles op in een schriftje. Zodanig dat het kind mee kan kijken. Ook de (spraak)computer wordt ingezet. Tjitske werkt met de methode Leespraat met meervoudig beperkte kinderen. Waardoor zij soms heel creatief moet zijn om te bedenken hoe zij het beste aan de slag kan met de kinderen. Natuurlijk is de methode en de opbouw van leren lezen en praten bij elk kind hetzelfde, maar de weg om dingen te bereiken looptniet altijd gelijk. Veel kinderen met ernstig meervoudige beperkingen zijn motorisch te beperkt om op de ‘normale’ manier Leespraat toe te passen. “Maar met een spraakcomputer kan ik ook werken, hoor”, zegt Tjitske. De begeleiders die met deze methode werken, moeten wel over veel geduld beschikken. Het aanleren van de vijftig globaalwoorden kan zomaar een of twee jaar duren. Het is ook heel belangrijk dat er één op één gewerkt wordt met het kind, klassikaal aanleren is lastig met deze methode, maar word wel steeds vaker toegepast. CONCENTRATIEPROBLEMEN Tjitske loopt vaak tegen het feit aan dat kinderen concentratieproblemen hebben. Hier heeft zij een oplossing voor, de zogenaamde ‘early intervention’ ofwel ‘kleine stapjes methode’. Dit programma zet de belangrijkste vaardigheden die een kind zich in de eerste vier á vijf levensjaren eigen maakt op een rijtje. Vaardigheden op het gebied van de motoriek en de zelfredzaamheid, maar ook op het gebied van taal en denken. Als je iets interessant maakt voor een kind, leer je hem of haar ook sneller iets aan. Ga bijvoorbeeld lekker spelen met een kind en schrijf tijdens het spelen woorden op. Maak kleine boekjes die gericht gaan over het leven van het kind. Of ga naar de dierentuin en schrijf op wat je daar ziet. Het is een methode die je door de dag heen kunt aanbieden. Zeker als een kind zelf wel de mogelijkheid heeft te communiceren, is het heel belangrijk woorden op te schrijven en juiste zinnen te gebruiken. Hierdoor leren kinderen op termijn langere en betere zinnen te maken. DE LAATSTE STAP De laatste stap is de woordsynthese. Kinderen kunnen zelf woorddelen herkennen en samenvoegen zodat ze zelf nieuwe woorden gaan vormen en zinnen kunnen gaan lezen. Daarna kun je overgaan tot het schrijven of typen van woorden; dat is hetgeen je uiteindelijk wilt bereiken! Tjitske straalt als ze die laatste woorden uitspreekt. • 78 VEINE LEESPRAAT

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky