VeineMAGAZINE 14

33 DOSSIER ALLE FUNCTIES AAN HET WERK Smits gaat verder met haar slaapbetoog door uit te leggen dat om mee te willen doen er een behoefte moet zijn; de zogenaamde slaapdruk. Deze slaapdruk geldt voor alle hersengebieden afzonderlijk. Je moet er dus voor zorgen dat al die gebieden mee willen doen. Alle verschillende functies moeten overdag gebruikt zijn. Dat betekent dat er lichamelijk iets gedaan moet zijn zodat het lichaam moe is, dat de zintuigen goed gebruikt moeten zijn en dat ook het stuk van de mentale uitdaging gebruikt moet zijn. Kortom: al die gebieden moeten gebruikt zijn zodat ze allemaal slaapdruk voelen. Dat is iets wat elke dag opnieuw moet gebeuren. Aan het eind van de dag wordt alles opgeteld en dit bepaalt hoe de nacht erna verloopt. Ook de overgang van wakker zijn naar slapen is iets dat je moet leren. Een overgang waarbij ook weer alle onderdelen moeten samenwerken en waarna dan pas net als bij het orkest het startsein gegeven kan worden. KINDEREN MET EEN BEPERKING Het mooie van het verhaal van Smits is dat meteen alle kwartjes vallen. Want hoe gaat dit hele proces nou bij kinderen met een beperking? Wat als de motorische functies overdag onvoldoende worden gebruikt omdat een kind simpelweg niet veel kan bewegen? En hoe zit het als je visueel of verstandelijk beperkt bent? Hebben de hersenen overdag dan wel voldoende uitdagingen om in de avond de prikkel tot slapen te geven? Ofwel, hoe groot is de slaapdruk bij kinderen met een beperking? En hoe zit het eigenlijk überhaupt als verschillende hersenfuncties niet goed werken? Doet die slaap het dan wel? Annelies vervolgt: “Een verstandelijke beperking betekent dat je hersenfunctie minder goed is, en laat slaap nu net >

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky