VeineMAGAZINE 26

een hoek van 90 graden zouden mogen zitten zoals Piet van Loon aangaf in deel één van dit dossier vindt Adhiambo niet terecht. “Ik snap wat Van Loon zegt en ook ik ben voorstander van een actieve zit. Je moet op zoek naar een zithouding die dat mogelijk maakt en hangen moet je altijd vermijden. Maar als je maar beperkte spierkracht of een stoornis in de aansturing van die spierkracht hebt, is ‘actief zitten’ niet zo simpel. We proberen dan toch op zoek te gaan naar de meest optimale situatie voor het betreffende kind, waarbij het voor het kind ook comfortabel is. Ik denk dan vooral pragmatisch en geloof nooit zo in linialen en geodriehoeken, maar ik denk dat je iets moet vinden dat werkbaar is. De leidraad dat het nooit 90 graden mag zijn, daar geloof ik niet in, ‘de wereld is niet zwart-wit’. BABY’S EN TE SNEL ZITTEN Adhiambo: “Ik onderschrijf het standpunt van Piet van Loon dat baby te snel zitten. Baby’s horen te liggen en wat je heel veel ziet, is dat mensen vol trots zeggen ‘kijk eens, hij kan al zitten’. Maar dat is geen zitten, want dan hebben ze de baby zelf zo neergezet. Zitten is vanuit rol zelf tot zit komen, iets dat het kind zelf doet als het eraan toe is. En tot die tijd moet een kind vooral niet zitten. Ook die loopstoeltjes vind ik een draak van een uitvinding. Dan wordt zo’n baby in een loopstoel gezet en tippelt op de tenen door het huis. Kinderen lopen niet voor niks niet. Dat is omdat ze er gewoon nog niet aan toe zijn!” “Het is mijns inziens onbelangrijk wanneer een kind gaat lopen, ook niet als je dat vergelijkt met het gegeven dat kinderen tegenwoordig niet zo snel tot lopen komen als vroeger. We leven niet meer in 1950, in 2021 zien we dat meisjes eerder menstrueren, dat baby’s minder snel gaan lopen. We moeten iets doen wat handig is voor deze tijd. We moeten bedenken hoe we in deze tijd onze kinderen kunnen stimuleren om te bewegen en daarmee zorgen dat ze hun motorische vaardigheden zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen.” Tegen alle ouders van kinderen met een fysieke beperking zou ik willen zeggen: als het past binnen je situatie en mogelijkheden, zou ik ervoor willen pleiten om kinderen meer op de grond te laten bewegen, meer buiten met ze te doen. Minder in kaders, maar juist in contact met dieren, met andere kinderen, met de natuur. Als dat lukt, zou het prachtig zijn. En dat hoef je niet allemaal zelf te doen. Vraag ook aan anderen, aan de mensen om je heen, om met jouw kind dingen te doen, waarmee het bewegen en ontwikkelen van je kind wordt gestimuleerd.   • 67 DOSSIER

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky