VeineMAGAZINE 26
te doen, een vragenlijst door ouders/ begeleiding en eventueel leerkracht in te laten vullen (vaak de Sensory Profile en de Schoolcompanion), en daarnaast te observeren in relevante situaties of tijdens activiteiten van de persoon om in het echt te zien hoe iemand reageert op allerlei prikkels. 3. HOE HERKEN JE OVERPRIKKELING? Overprikkeling komt meestal niet voor bij alle zintuigen, maar meestal bij slechts één of een paar zintuigen. Het is niet altijd meteen te herkennen, maar veelvoorkomend gedrag bij overprikkeling is van de prikkel weg willen gaan, handen over de oren, lichaamsdelen terugtrekken, het materiaal wat de prikkel veroorzaakt wegduwen, maar het kan ook zijn dat iemand heel onrustig gedrag laat zien, maar dit niet direct gekoppeld lijkt aan een prikkel. Onrustig gedrag kan zijn toename spanning van het lichaam, gaan huilen, weglopen, soms zelf agressief reageren. 4. HOE HERKEN JE ONDERPRIKKELING? Onderprikkeling kan ook op slechts een paar zintuigen voorkomen, dus voor die desbetreffende prikkels. Onderprikkeling valt meestal minder snel op. Dit zien we vaak doordat mensen erg rustig zijn, weinig initiatief tonen, wat sloom over kunnen komen, slappe houding hebben, veel hangen op de bank of in hun stoel of lekker half over de tafel hangen. Wat we vaak ook zien, is dat ze soms erg laat of niet reageren op aangeboden prikkels terwijl deze voor iemand zonder onderprikkeling prima waar te nemen zijn. Er is ook een tegenovergesteld beeld wat ook hoort bij onderprikkeling. Dit zijn de mensen die ergens voelen dat ze bepaalde prikkels missen en hierdoor zelf actief op zoek gaan naar zoveel mogelijk prikkels om toch hun dosis aan prikkels op een dag te krijgen. Dan zien we vaak dat mensen veel bewegen, veel geluiden kunnen maken, overal aan kunnen zitten. Zij hebben door hun onderprikkeling soms wel vier keer meer prikkels nodig dan iemand zonder overprikkeling om alert te kunnen blijven. Bij onderprikkeling wordt minder snel hulp gezocht. Kinderen liggen dan vaak de hele dag heel rustig, eigenlijk lijken het vooral heel gemakkelijke kinderen. Bij kinderen die de hele dag schreeuwen, wordt eerder hulp gezocht omdat de ouders of begeleiders er simpelweg gek van worden. We zien ook vaak dat overprikkeling en onderprikkeling naast elkaar voorkomen bij een persoon. Iemand heeft bijvoorbeeld last van overprikkeling op het auditieve vlak, terwijl tegelijkertijd onderprikkeling voorkomt voor evenwichtsprikkeling. Dan zijn ze wel heel beweeglijk, maar ze kunnen dan heel slecht tegen geluid. Door te bewegen probeert een kind dan deze prikkels zelf op te zoeken. > 83 EXTRA
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky