VeineMAGAZINE 29

Met ‘C-BiLLT’ - Computer-Based Instrument for Low motor Language Testing - kan begrip van gesproken taal gemeten worden. De Nederlandse uitvinding wordt inmiddels ook internationaal gebruikt. Hoewel de test oorspronkelijk is ontwikkeld voor patiënten met cerebrale parese (CP) blijkt uit een recente enquête dat deze nu ook voor allerlei andere diagnosegroepen ingezet wordt; de meerderheid van de geteste personen heeft CP, maar ook voor diagnosegroepen zoals het syndroom van Down, ontwikkelingsachterstand, (Z)EMB, autisme, RETT-syndroom enzovoort wordt de C-BiLLT nu gebruikt om het taalbegrip in kaart te brengen. Als ik Joke vraag hoe de test werkt, vertelt ze enthousiast: “Het begint heel eenvoudig met twee afbeeldingen op het grote computerscherm. Bovenaan op het scherm de vraag: ‘waar is de bal?’, die door de testleider wordt gesteld. Naast een plaatje van een bal staat er bijvoorbeeld ook een foto van een schoen. Als het kind de vraag begrijpt zal het op een of andere manier laten zien waar het plaatje van de bal staat. Dit kan bijvoorbeeld door het touchscreen aan te wijzen met de hand, vinger of met de hele arm een klap erop te geven, met speciale knoppen die met elk lichaamsdeel kunnen worden bediend of door ernaar te kijken met je ogen. Het maakt niet uit, we passen de methode aan de mogelijkheden van het kind aan. Er verschijnt een rode rand om het plaatje dat het kind aanwijst. Dat zie jij als testleider van de test, maar het kind zelf ziet dat ook. Voor de opbouw van de vragen heb ik de theorie gebruikt van hoe de ‘normale’ taalontwikkeling verloopt. Of je iets begrijpt, heeft te maken met de rijping van je brein en de verbindingen die worden gemaakt tussen onder andere de taalcentra in je brein. Het zijn als het ware snelwegen die aangelegd worden naarmate je ouder wordt en voor verbindingen zorgen. Die aanleg start vanaf de geboorte. Dus ook de eerste anderhalf jaar, terwijl de baby dan nog niet praat, zie je al dat de taalbegripsontwikkeling is gestart.” Joke vervolgt: “Als we bijvoorbeeld iemand van vijftien jaar met een beperking gaan testen, met grote onzekerheid wat deze persoon begrijpt van gesproken taal, beginnen we met een pretest om te kijken of iemand een keuze kan maken op woordniveau (je toont twee eigen voorwerpen van het kind (bijvoorbeeld zijn/haar beker en favoriete boekje) en vraagt hiernaar te kijken zonder te zeggen wat het is en stelt dan de vraag ‘waar is je beker’? Als we het vermoeden hebben dat een kind al behoorlijk wat begrijpt, starten we al meteen met deel twee van de test; moeilijkere vragen en met vier afbeeldingen in plaats van twee.” Bij het aanleren van het gebruik van een ondersteund communicatiemiddel gaat de aandacht vaak uit naar het gebruik van dat middel. De nadruk leggen we op de expressie, op de wijze waarop een kind zich duidelijk kan maken. Dat is uiteraard heel goed, maar de valkuil is dat we voorbij gaan aan de groei van de taalbegripsontwikkeling. DE ONTWIKKELING VAN EEN SLIM PROGRAMMA Het was de bekende revalidatiearts Jules Becher die Joke in de jaren 90 benaderde om logopedie op te zetten bij de revalidatieafdeling van toen nog het VUMC. Voor Joke een kans om met twee handen aan te grijpen. Zo maakte ze de overstap van Nifterlake en haar eigen logopediepraktijk naar het VU Medisch Centrum (nu AmsterdamUMC). Een plek waar Joke met haar neus in de boter viel, waar ze van alles mocht opzetten en uitproberen. Toen ze de kans kreeg om destijds een nieuwe studie, logopediewetenschappen, te studeren, greep ze ook die aan. Toen ze eenmaal toe was aan haar afstudeerscriptie kon ze aan de slag met de vragen die ze al veel eerder had. Het ontwikkelen van een test waarbij ook kinderen die motorisch heel beperkt zijn en niet kunnen praten toch kunnen aangeven of ze iets begrijpen; ofwel hun taalontwikkelingsniveau bepalen. Joke: “Dat laatste kan veel uitmaken of inzicht geven als je wil kijken welke ondersteunde communicatiemiddelen je bijvoorbeeld wil inzetten; wat je wel en niet kunt verwachten, hoe je iemand (je kind) het beste kan benaderen, in een gesprek kan betrekken etc.. > 66 VEINE EXTRA 67 EXTRA

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky