VeineMAGAZINE 29

Er bestonden wel taaltesten, maar daar moest je echt fijn-motorische handelingen voor doen of kleine plaatjes aanwijzen. Dat blijkt vaak te lastig voor kinderen met ernstig motorisch beperkingen. Hoewel de iPad nog nauwelijks gebruikt werd, bedacht Joke dat ze de test wel digitaal wilde maken. “Vooral omdat kinderen een scherm met mooie afbeeldingen met name ook leuk vinden en niet continue het gevoel hebben dat ze deelnemen aan een test.” “Samen met een handige computerman hebben we wekenlang zitten klussen om een programma in elkaar te zetten waarmee we konden gaan testen. Vervolgens heb ik met 65 zich normaal ontwikkelende kinderen en 18 kinderen met CP een pilot gedaan voor mijn afstudeeronderzoek. Het uitgangspunt van de items was dat het afbeeldingen moesten zijn waarbij geen motorische vaardigheden voor nodig zijn. Items die representatief zijn voor handelingen en voorwerpen die je vanuit je (rol) stoel om je heen ziet gebeuren of kunt zien. De resultaten van de pilotstudie waren heel goed en toen kon ik met behulp van de Phelps stichting verder promotieonderzoek doen om de test verder te ontwikkelen en te verbeteren met uiteindelijk ook normdata van meer dan 1000 zich normaal ontwikkelende kinderen en 90 kinderen met CP.” HET TAALNETWERK IN JE BREIN IS AF OP ZEVENJARIGE LEEFTIJD De C-BiLLT verschaft normdata van het taalbegripsniveau vanaf achttien maanden tot zeven jaar. Op de leeftijd van zeven jaar is de taalontwikkeling compleet. Zo laten onderzoeken van zenuwbanen en specifiek de connecties tussen de taalgebieden* “Het lastigste is dat de linguïstische hiërarchie moet kloppen. Als een vraag past bij een kind van twee zal diezelfde vraag echt te makkelijk zijn voor een kind van zes jaar. Terwijl de vraag die past bij een zesjarige onbegrijpelijk moet zijn voor een gemiddeld kind van twee." zien dat het hele taalnetwerk in het brein van een zevenjarige vergelijkbaar is met dat van een volwassene. Dus bij zeven jaar is het klaar. Je leert daarna nog veel meer woorden (woordbegrip) maar qua zinsopbouw, qua grammatica, hoe je een verhaal van kop tot staart vertelt is dat qua ontwikkeling klaar bij zeven jaar. Joke voegt daaraan toe: “Met een zevenjarige kun je een fantastisch gesprek hebben als het onderwerp van het gesprek maar wel binnen de belevingswereld van het kind ligt.” * twee hersengebieden worden aangewezen bij de uitleg over taalgebieden van het brein; het gebied van Wernicke en het gebied van Broca. Bij kinderen tot zeven jaar die worden getest geeft de uitslag een percentielscore waarbij een score rond de 50% een gemiddelde aangeeft. De theorie achter deze score komt van de normaalcurve*. Zo kan de taalontwikkeling betrouwbaar worden bepaald voor kinderen vanaf anderhalf jaar. Tot de leeftijd van zeven jaar is de testuitslag in de vorm van een percentiel score (een percentielscore tussen 16 en 85 valt binnen de normale ontwikkeling). Bij kinderen die ouder zijn dan zeven jaar wordt gebruik gemaakt van een leeftijdsequivalent. Je berekent dan op basis van de score die het kind behaalt welke taalleeftijd daarbij past. Zo ontstaat dan een uitslag dat je bijvoorbeeld als tienjarige het taalbegrip hebt van iemand van vijf jaar. Joke: “Als je iemand hebt die als gevolg van zijn beperkingen niet of nauwelijks kan praten, nooit ondersteunde communicatiemiddelen heeft gekregen of gebruikt en waar nauwelijks of niet meer is ingezet op taalontwikkeling, maar diegene scoort wel op het niveau van een zevenjarige, dan weet je zeker dat deze persoon veel meer begrijpt dan waarschijnlijk werd aangenomen. En dat deze persoon wel degelijk de mogelijkheid moet krijgen om zich te uiten. Sowieso moet iedereen hoe beperkt dan ook de mogelijkheid aangeboden krijgen om zich te kunnen uiten, op welke manier dan ook. De voorbeelden dat dit echter niet gebeurt, zien we helaas nog regelmatig.” *Bij een normale verdeling hoort een kromme die lijkt op een klok (klokvormig). Deze klokvormige kromme is symmetrisch waarbij het gemiddelde, de mediaan en de modus, precies samenvallen. Als je 100 mensen naast elkaar zet en je laat ze een bepaalde taak doen, doet de een dat beter dan de ander. In de praktijk blijkt 68% rond het gemiddelde uit te komen, > 69 68 VEINE EXTRA EXTRA

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky