VeineMAGAZINE 09

hebben in hun rug, de klachten moeilijk zijn te diagnosticeren. Een behandeling is vaak lastig. En dan is slapen ook nog eens heel belangrijk. Op het moment dat je te weinig slaapt, kunnen je tussenwervelschijven niet herstellen. RUG RECHT OF LIEVER KROM? De arbocatalogus van de GGZ is duidelijk als het gaat om de rug. Naast tientallen tilprincipes staat er ook: ‘Til met een rechte rug’. Als kind leerde ik dat ook van mijn ouders: “Door je knieën zakken en rug recht houden.” Bij een tilcursus die wij krijgen bij Rijndam Revalidatiecentrum wordt deze regel ook gehanteerd. Fysiotherapeute Nicole van den Dries legt ons uit dat er wel degelijk meerdere inzichten bestaan, maar dat niet alles gebaseerd is op onderzoek. “Tot die tijd houden wij voor ouders de standaard aan die nu gebruikt wordt in Nederland.” En eerlijk is eerlijk, wie gaat zoeken naar regels en afbeeldingen komt het meest deze opvatting tegen. In de sportwereld is het wel anders. Een personal trainer wordt geleerd om zijn klanten te vertellen zware gewichten met een holle rug te tillen. Overigens altijd met aangespannen buikspieren. Ook op de website van fysioinfo.com staat: ‘Til met een holle (niet te holle) of afgevlakte rug, niet met een bolle rug. Als u getild hebt, zet dan even de handen in de onderrug en leun even achterover, zodat de rug weer mooi recht komt’. Dat laatste klinkt als een goede tip die je hoe dan ook kunt gebruiken. Ruggengoeroe Jan-Paul van Wingerden van het Spine & Joint Centre in Rotterdam behandelt patiënten die vaak alles al hebben doorlopen en ten einde raad zijn. Zijn mening staat haaks op wat regulier geldt. “Je moet bij het tillen juist vooroverbuigen. Dan staat de onderrug niet hol, maar juist recht en maak je gebruik van het takelmechanisme; de peesplaat. Dat is een dikke sterke plaat in het midden van je onderrug. Als je die eruit haalt en oprolt, kun je er 1.000 kilo aan hangen. De plaat komt pas op spanning als je de rug buigt. Hou je je rug recht, dan til je vooral met de rugspier en dat kost veel meer energie”, aldus Van Wingerden. En de Rotterdammer weet waar hij het over heeft. Maar liefst 80% van de patiënten (hij behandelt alleen patiënten die ernstige klachten hebben) merkt het verschil. Zijn aanpak verschilt van anderen en richt zich vooral op de schuine buikspier en de diepe rugspier. WIJZE WOORDEN OP DE SCHOP In het artikel ‘Over de rug hoor je veel krompraat’ neemt Jan-Paul van Wingerden nog een aantal mythes onder de loep. > 29 DOSSIER

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky