VeineMAGAZINE 09
Staarink en Van Haaster hebben vanuit deze analyses de voorwaarden voor een ‘goede’ zithouding geformuleerd. Goed zitten betekent: • Een zo optimaal mogelijke symmetrie nastreven van linker en rechter lichaamshelft. • Gesteund bekken, lumbale wervelkolom en bovenbenen, van daaruit opbouw van de stabiliteit van het bovenlichaam (optimale houdingsstabiliteit). • Optimale ondersteuning van armen en benen en de schouders zijn ontspannen. • Een goede zithouding vraagt een goede onderlinge verhouding tussen de verschillende lichaamshoeken. • Optimale/gelijkmatige drukverdeling, het contactoppervlak is zo groot mogelijk. • Goede positionering in de zitvoorziening, voorkomen van schuif-/wrijvingsklachten. • Ervaren van comfort (geen pijn, knelpunten, drukpunten). • Goed zitten geeft energiebesparing die dan gebruikt kan worden om activiteiten te verrichten. • Reductie van spasticiteit door reflexremmende houdingen en tonusvermindering, een stabiele zithouding met eventueel een goede hoofdondersteuning ter voorkoming van extra prikkeling. • Optimale tegemoetkoming aan de dwangstand door goed ingestelde ondersteuning zodat de belasting op het vastzittende gewricht klein is (zeker bij pijn). • Positionering zodanig dat (verdere) contractuur vorming door het zitten 48 VEINE DOSSIER
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky