VeineMAGAZINE 12

Daarbij gaat het om het ‘modelleren’ ofwel model zijn voor je kind: voordoen, faciliteren en aanvullen, samen de OC-voorzieningen gebruiken. Kinderen hebben in hun taalverwerving rolmodellen nodig om te ervaren hoe communicatie tot taal en taalgebruik kan komen.” DE WERKWIJZE VAN MILO Elk Milo-traject start met het zorgvuldig afwegen van gegevens over vaardigheden, mogelijkheden en gelegenheden van de persoon met CMB en zijn directe omgeving. Samen met alle betrokkenen worden kansen op ondersteuning gewogen en uitgeprobeerd, rekening houdend met de aard, de ernst en het verloop van stoornissen, beperkingen en belemmeringen. Al doende worden gegevens verzameld over wat iemand wél en niet kan en wat met hulp of ondersteuning vanuit de omgeving haalbaar is. De resultaten worden beschreven en geïnterpreteerd in een Communicatie Competentie Profiel (CCP) dat de tien kerndomeinen en kenmerkende omgevingsinvloeden als leidraad gebruikt. Het CCP werkt als een sterktezwakte analyse waarin de sterke en de zwakkere kerndomeinen worden gekenschetst en op werkingskracht worden beoordeeld. Dat leidt tot het uitzetten van verbeterstrategieën en technieken via OC, waarbij vaardigheden in de sterkere kerndomeinen als hefboom worden ingezet om de vaardigheden in de zwakkere domeinen te versterken. De omgeving en het sociale netwerk moeten hiertoe zo optimaal mogelijk worden betrokken, toegerust en ingezet.” OC VORMGEVEN Ondersteunende communicatie­ voorzieningen hebben inhoud nodig. Inhoud die aangepast is op de cognitieve ontwikkeling en taalvaardigheid van de gebruiker. “Kinderen met CMB hebben een bij hun passende begrippen- of woordenschat nodig om initiatieven te kunnen nemen in communicatie. Als de vormen van OC aansluiten bij de eigen wijze van communiceren van het kind en zijn omgeving, dan krijgt het kind daardoor betere toegang tot betekenistoekenning en taalvaardigheid. Dat vergroot de kans om zich te ontwikkelen.” Hans van Balkom 36 VEINE DOSSIER

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky