VeineMAGAZINE 29
Marike Schuurman is gedragsdeskundige, orthopedagoog- generalist en GZ-psycholoog. Ze werkt als beleidsmedewerker bij Cordaan Jeugd in Amsterdam en is samen met collega’s al vanaf 1995 bezig om te kijken hoe ze kinderen met een zorgvraag ook onderwijs kan laten volgen. “Destijds gingen alle kinderen met een lichamelijke beperking naar een KDC terwijl sommige kinderen best wel onderwijs konden volgen. Maar er was toen nog een regel die aangaf dat je zindelijk moest zijn om speciaal onderwijs te mogen volgen. Gelukkig is die tijd voorbij!”, vertelt Marike. Er is door Marike en collega’s geëxperimenteerd met ‘sluisgroepen’ waarin kinderen zaten die tussen wal en schip vielen. “Eigenlijk zijn we al die jaren blijven puzzelen; hoe kan je nou voor alle kinderen het aanbod zo maken dat ze een combinatie krijgen van onderwijs en zorg die ze nodig hebben op de plek die het beste past.” In 2003 heeft Cordaan met alle cluster-3 scholen in Amsterdam afgesproken bovenstaande voor elk kind op te volgen. Inmiddels zijn er onder andere in Amsterdam allerlei vormen van aanbod voor kinderen die op een school zitten en extra hulp krijgen vanuit de zorg. Ze volgen soms regulier onderwijs, soms speciaal onderwijs. Er wordt ondersteuning in de klas geboden of kinderen worden juist uit de klas gehaald om bijvoorbeeld iets extra’s te oefenen. Marike: “We hebben ook dagbehandelingsgroepen die we nu in scholen hebben gehuisvest omdat we zien dat de overstap van opvang naar school heel lastig is. Ook andersom, als ze wel op school zitten maar (eventueel tijdelijk) moeten terugvallen op zorg. Als dit niet bij elkaar zit, komen kinderen bijna niet meer terug op school.“ ZORG IN HET ONDERWIJS OF ONDERWIJS IN DE ZORG Op dit moment zijn alle pijlen gericht op de mogelijkheden om het onderwijs binnen te halen in zorginstellingen, want dat is het lastigst. Marike: “Je kunt wel de zorg binnenhalen in het onderwijs, daarvoor hebben we een heel palet aan mogelijkheden. Maar onderwijs binnenhalen bij zorginstellingen is veel lastiger, zo niet onmogelijk. Dat komt omdat onderwijs in Nederland alleen onderwijs genoemd mag worden als het gegeven wordt op een locatie met een BRIN-code. Onderwijsgebouwen hebben zo’n BRIN-code terwijl kinderdagcentra (of kinderdienstencentra) geen BRIN- code hebben. Inmiddels komt daarin beweging. Minister Arie Slob heeft dat in zijn derde Kamerbrief over onderwijs en zorg bijna twee jaar geleden genoemd. De combinaties zouden echt op alle plekken geboden moeten worden. Ministeries zijn nu bezig om de wetgeving op dat vlak aan te passen. TOT WELKE LEEFTIJD MOET EN MAG EEN KIND OP SCHOOL BLIJVEN? Leerlingen van vijf tot zestien jaar zijn leerplichtig. Volgt een kind praktijkonderwijs? Dan mag een kind op school blijven tot en met het schooljaar waarin het achttien jaar wordt. De Inspectie van het Onderwijs kan dit met één jaar verlengen. In bijzondere situaties kan de Inspectie besluiten ook daarna het praktijkonderwijs te verlengen, maar alleen als de school dit verzoek goed onderbouwt. Marike adviseert ouders steeds de vraag te stellen: wat is er nodig om het wel te kunnen? En kunnen we dat dan organiseren. ”Als een kind net niet goed genoeg is om een bepaald diploma te halen, kun je wel kijken of hij of zij bepaalde deelcertificaten kan behalen. Smeer dan het halen van zo’n diploma uit over meerdere jaren, in een aangepast tempo omdat een kind bijvoorbeeld te weinig energie heeft. Ga met de Inspectie praten, vertel dat dit een aangepast programma is. Vraag ‘onderschrijding onderwijstijd’ aan, waardoor een kind bijvoorbeeld deels op een dagbesteding zit, maar deels ook naar school gaat of een leerkracht heeft die naar de dagbesteding komt om toch deelcertificaten van bijvoorbeeld een vmbo, mavo of havo te behalen. WELKE VIER SOORTEN ONDERWIJS ZIJN ER IN NEDERLAND? In Nederland kennen we een onderwijssysteem dat begint met regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs voor alle kinderen vanaf vier jaar. Na het basisonderwijs zijn er zeven vormen van voortgezet onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs, vmbo, lwoo, havo, vwo en vavo. Daarna zijn er drie vormen van vervolgonderwijs; het mbo, hbo of de universiteit. WE KENNEN VIER VERSCHILLENDE VORMEN VAN PRIMAIR ONDERWIJS. 1. Regulier basisonderwijs Bedoeld voor kinderen van vier tot en met twaalf jaar. 2. Speciaal basisonderwijs (sbo) Scholen bedoeld voor kinderen die niet kunnen meekomen in het reguliere basisonderwijs. Bijvoorbeeld door leerachterstand(en) of gedrags- en opvoedingsproblemen. Op basisscholen voor speciaal onderwijs worden dezelfde leerdoelen aangehouden als op het regulier basisonderwijs, de lesstof wordt alleen op een manier aangeboden die rekening houdt met de specifieke situatie van ieder kind. > 14 15 VEINE DOSSIER DOSSIER
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky