VeineMAGAZINE 31

zenuwstelsel heb, maar jij ook. Op lichamelijk niveau wisselen we informatie uit zonder dat te beseffen. Je kent het allemaal wel dat als je bij vrienden binnenstapt en je voelt dat er iets niet klopt, dat ze net voor jouw binnenkomst ruzie hebben gehad. Of die ene vriendin die alle energie uit je trekt als ze langskomt. Op zulke momenten zijn we ons bewust van dat uitgewisselde gevoel.” Annemiek vertelt gedreven verder: “Als je zorg verleent of je bent ouder van een kind met een beperking dan is die sensitiviteit hoe jij erbij staat ook een stuk gereedschap dat je in kunt zetten in het contact. In elke situatie waarin mensen elkaar ontmoeten werken die systemen met elkaar; je noemt dat co-regulatie. Maar bij mensen met een verstandelijke beperking werkt dat systeem veel intenser omdat die andere laag, de laag van het denken, die wij er omheen hebben, minder aanwezig is. Zij hebben het vaak van het aanvoelen van de sfeer, van de omgeving. Dat hadden wij als baby’s allemaal. Toen was gevoel ook richtinggevend. Maar zodra je als peuter of kleuter naar school gaat, start de ontwikkeling. Dan geven we zoveel aandacht aan het hoofd dat je het ‘lijfelijk voelen’ eigenlijk leert wegstoppen. Kinderen die dat wel behouden, zijn dan bijvoorbeeld hooggevoelig. Kinderen en volwassenen die nauwelijks ontwikkelen behouden dat ‘voelen’ heel sterk. OPMERKZAAMHEID VERGROTEN Annemiek: “Ik heb dit boek vooral geschreven om de opmerkzaamheid te vergroten. Dat je gaat herkennen bij jezelf dat je bepaalde patronen hebt in je leven die ontstaan zijn door hetgeen je hebt meegemaakt. En dan is het niet zozeer nodig om dat te veranderen, je kunt het accepteren. Door te snappen dat je gevormd bent, dat je kan bedenken dat het logisch is dat je op een bepaalde manier reageert. Dat als er maar iets kleins gebeurt, je daarop misschien wel te groot reageert. Je moet dan misschien niet te streng en veroordelend zijn. Je kunt dan bedenken ‘dat komt natuurlijk omdat ik dat en dat heb meegemaakt’. En daar zit dan al de verandering in.” Het opmerken dat je invloed hebt op het gedrag van je kind is natuurlijk al de eerste stap. Transparant en eerlijk daarover zijn is stap twee. En stap drie is dat je dan met behulp van de ademhaling vanuit een soort kalmte de situatie start en kan bekijken of je daardoor een verandering kunt aanbrengen. En regelmatig heeft het ook alles te maken met tempo en geduld, zaken die we als ouders vaak > 23 EXTRA

RkJQdWJsaXNoZXIy NDU3OTky