Column Martin Meeuwsen: Slikken en verslikken

Ik zag 45 jaar ik mensen met een beperking tijdens passingen. Ik zag veel verschillen in functioneren bij eenzelfde aandoening. Nergens waren die verschillen zo duidelijk als bij het verslikken. Slikken gaat bij vrijwel iedereen volledig automatisch en eigenlijk altijd goed. Dat wil zeggen bijna altijd, want wie verslikt zich niet af en toe. Bij personen die minder spierkracht hebben, is verslikken vaak een worsteling om te zorgen dat vloeistof of een brok wordt opgehoest en niet in de longen belandt.Gemiddeld slikken mensen overdag eenmaal per minuut en in de nacht eenmaal per uur. Bij elkaar opgeteld slikken we meer dan 800 keer per etmaal een totale hoeveelheid van ongeveer een halve liter speeksel. Deze wordt door meerdere verschillende klieren in de mond geproduceerd, met elk verschillende eigenschappen. Onder andere; bescherming van tanden, voor je slijmvliezen en voor het verteren van het voedsel. Van deze eigenschappen is zeker nog niet alles bekend. Er zal nog veel onderzoek moeten worden gedaan om alle positieve eigenschappen van speeksel voor het hele lichaam te onderzoeken. Bij slikken zijn veertig spieren betrokken en vijf verschillende hersenzenuwen sturen het proces aan. Als je daar even bij stilstaat, realiseer je je pas dat dit een wel heel complex proces is. Als je in één van deze onderdelen van slikken een afwijking hebt, noemen we dat een slikstoornis of dysfagie. Dit is altijd het terrein van de logopedist of specialist. Toch kun je ook zelf meehelpen de problematiek te verkleinen. De slikbeweging heeft drie fases; tijdens de mondfase wordt voedsel of drank klaargemaakt voor het slikken, tijdens de keelfase vindt de slikbeweging plaats in de keel en tijdens de slokdarmfase wordt voedsel of drank naar de maag gebracht. Bij verslikken komt bij mensen met een zwak spierstelsel vaker voedsel of drank in de longen, dat zij niet kunnen ophoesten. Dit kan longontsteking veroorzaken. Belangrijke tussenfase: de slikbeweging In de tweede fase, de zogenaamde keelfase, moet de huig de neusholte afsluiten en het strotklepje de luchtpijp. In deze tussenfase waarin ook de ademhaling twee seconden stopt, is een rustige omgeving tijdens het eten of drinken voor mensen met een slikstoornis heel belangrijk. Dan hoeven er geen extra prikkels verwerkt te worden. Zeker bij hen die heel erg gevoelig zijn, is dit de beste manier om de hoeveelheid keren verslikken tijdens het eten sterk te verminderen. Een andere mogelijkheid om het slikken te verbeteren is door alle spieren te blijven gebruiken en onderhouden die betrokken zijn bij het slikken. Heel veel van deze spieren zijn tijdens dagelijkse kleine handelingen goed te onderhouden. Dit geldt voor vrijwel iedereen met welk ziektebeeld dan ook. Een goed voorbeeld van onderhouden van spierfunctie is om tijdens het zitten als het mogelijk is het hoofd zelf in balans te houden. Bij balans of evenwicht van het hoofd is maar heel weinig spierkracht nodig. Oefen het zo lang als het kan, juist bij slikken is het van belang!

Geef een reactie