Skip to content

Column Henk-Willem: zijn stem telt (niet)

Binnenkort ligt hij weer op de mat: de stempas. Voor het eerst op naam van mijn zoon Joas. Hij is nu volwassen. En dus: stemgerechtigd. Maar hij is ook ernstig meervoudig beperkt. Hij kan niet praten, niet lezen, niet schrijven. Hij begrijpt geen verkiezingsprogramma’s, geen debatten, geen partijstandpunten. Zijn wereld draait om ritme, verzorging, vertrouwde gezichten. 

Toch krijgt hij een stempas. 

Wat gaan we ermee doen? Wettelijk mag ik met die pas precies niets. Volgens de Kieswet moet je zelfstandig stemmen. Geen hulp in het hokje, geen invuller namens jou – zelfs niet als je ouder of wettelijk vertegenwoordiger bent. 

En toch krijgt hij een stempas. 

Volgens het VN-Verdrag Handicap, dat Nederland ondertekende, zouden mensen als Joas ondersteuning moeten krijgen bij het stemmen. Niet als gunst, maar als recht. Artikel 29 is duidelijk: meedoen moet mogelijk zijn, mét hulp als dat nodig is. Maar Nederland maakte een voorbehoud: alleen mensen met een lichamelijke beperking mogen hulp krijgen in het stemhokje. Joas valt buiten de boot. 

Ik twijfel nog: zullen we het gewoon doen? Samen naar het stembureau. Ik weet dat andere ouders dat ook doen. Niemand die het merkt. Een daad van liefde, toch? 

Maar het wringt. Want dit systeem sluit mijn zoon uit, en ik wil het systeem niet omzeilen, ik wil het liever veranderen. Want dit voelt als een gemiste kans. Joas zou niet stemmen op haat, uitsluiting of ‘eigen volk eerst’. Hij maakt geen onderscheid. Hij kiest liefde. Zorg. Wonen. Bescherming. Zijn bestaan ís politiek. 

Zolang hij niet kan stemmen, blijf ik zijn stem vertolken. Maar ik wil meer. Zijn stem, en die van zovele anderen, mag niet ongehoord blijven. 

Ben jij ook ouder van een kind als Joas? Laten we samen in actie komen. Neem contact met me op als je dat ook vindt. Misschien kunnen we een beweging starten. Eén die zegt: onze kinderen doen ertoe. Ook in het stemhokje! 

Back To Top
Ga naar de inhoud