skip to Main Content

Column Chris: Regels van staren 

Op reis met het gezin lijkt ieder jaar een beetje zwaarder. Letterlijk komen er telkens wat kilo’s bij en
wordt het tillen en sjouwen met onze middelste meer uitdaging. Gecombineerd met steeds meer
kracht en een eigen wil die zij natuurlijk ook ontwikkelt, maakte het de vakantiecocktail compleet. We
begonnen met vliegen. Manlief had plekjes voorin het vliegtuig geregeld, comfortabel met net iets
meer beenruimte. Belangrijk omdat we dan niet te ver het vliegtuig in hoeven sjouwen en omdat er
geen passagier voor ons zit die de hele reis last heeft van bonken op de vliegtuigstoel en aan haren
getrokken worden. Enfin, goed geregeld dachten we, maar dat bleek een utopie. Met een vliegtuig in
onderhoud besloot TUI in plaats van de fijne Dreamliner een oud bakbeest van een Spaanse
maatschappij in te zetten en zo belandden we op de vijfde rij, in plaats van op de eerste. Natuurlijk
hadden we de stewardess uitgelegd dat dit ondoenlijk is en dat we van tevoren goede afspraken
hadden gemaakt. Zij zou wel even praten met de mensen die wel op de eerste rij zaten. Maar nadat
ze zich omdraaiden, ons aankeken (het voelde als een soort vleeskeuring) en nog eens verder spraken
met de stewardess, was het antwoord ‘nee’. En zo begon de vakantie met een reis waarin we ruim
negen uur de handen van ons kind vast moesten houden om problemen te voorkomen.
“Gek”, dacht ik. “Toen ze kleiner was, stonden mensen wel op.” Het leek wel of de schattigheid van
een achttienjarige eraf is en mensen harder oordelen. Datzelfde merkte ik in de weken erna op het
strand. Meer dan anders werden we aangestaard en stootten mensen elkaar even aan. In de achttien
jaar dat ik dit inmiddels meemaak, heb ik allang geleerd mij daar niks van aan te trekken. Het viel mij
op, maar deed me niets.
Anders is het dan toch weer voor de zussen. En hoe mooi is het dat ik vanaf mijn bedje hun gesprekje
kon meeluisteren. Over kinderen die staren, over volwassenen die staren. Al snel merkte ik dat er
onderscheid gemaakt wordt. Kinderen die kijken en vragen stellen; dat mag. Bij lang kijken vonden
onze meiden wel dat een vader of moeder zou moeten ingrijpen. Toen een meisje met grote ogen
keek en haar moeder haar een hand gaf en zei: “Kom je met mama mee?”, keurden de dames dit
goed. Die moeder snapte het!
Maar voor een andere moeder die zelf al zo’n vijf minuten haar ogen niet van ons af kon houden,
hadden ze geen goed woord over. Even kijken was prima, maar blijven staren is onbeschoft. Wie te
lang staarde, kreeg van de zussen een ‘stare-back’. De aangestaarde dame voelde zich erg
ongemakkelijk, maar de verklaring ‘zo voelt mijn zusje zich ook’, deed mij wel glimlachen.

Back To Top